donderdag 9 februari 2017

De TIC van Christien


Ik ben geboren op 7 november 1942, in Rotterdam, midden in de oorlog, maar daar weet ik gelukkig niets van. Wel weet ik nog, dat ik tussen de ruïnes speelde van de Lourenskerk en andere gebouwen in de stad.
Ik was het oudste kind in het gezin, met 2 broers en een zusje. Mijn naam was Stientje, maar dat vond ik zo'n vreselijke naam, dat ik die later veranderd heb in Christien. Dat vond ik zelf beter bij mij passen.

Als oudste dochter moest ik maar gaan werken om de kost te verdienen; iets leren was voor mij niet weggelegd. Mijn vader lag met TBC in het sanatorium in Breda.

Toen ik 18 jaar was, ging ik vaak uit dansen met mijn vriendin, bij Bristol op het Hofplein.
Ik werkte toen bij Van Ditmar – de tijdschriftenhandel – als medewerkster op de postkamer.
Ik heb toen ook Luciano leren kennen, een blonde Italiaan uit het uiterste puntje van Zuid-Italië; liefde op het 1e gezicht.
Smoorverliefd waren we op elkaar: met deze man wilde ik trouwen, en hij zou de vader van mijn kinderen worden!





Zo is het allemaal wel gelopen: verkering, verloofd, getrouwd.
Maar mijn schoonmoeder was niet zo content met mij. Wat moet je met een schoondochter, die uit de grote stad komt. Zij waren immers boeren, hadden stukken land, waarop hard gewerkt moest worden; elke dag het land op bij een temperatuur van 35 tot 40 graden. Wat wist zij van werken?


Maar ik ging elke dag mee het land op – ik liet me niet kennen. Een beetje boerin zijn: tomaten en vijgen plukken, 6 weken lang, elke dag op de fiets met voorop een mand en achterop een houten krat. Dan had ik 's avonds mijn bord spaghetti met een glas wijn wel verdiend.



Wij woonden in Rotterdam, waar wij 2 kinderen hebben gekregen; de eerste was een zoon, Umberto, en de enige stamhouder van de familie Negro. Na 3,5 jaar kwam onze dochter Angelica. Wij waren heel gelukkig! In 1971 verhuisden wij naar Vlaardingen.




Na 10 jaar huwelijk is Luciano na een lang ziekbed in 1975 overleden aan darmkanker.
Ik was 32 jaar en bleef achter met 2 kleine kinderen, maar in die 10 jaar had ik wel een fijne relatie opgebouwd met mijn Italiaanse familie. Ik sprak hun taal en hun dialect; zij waren erg groots met mij!
Nog steeds ga ik elk jaar naar mijn schoonfamilie in Italië, al 50 jaar. Uit de erfenis van Luciano hebben mijn kinderen en ik daar een huisje op een stuk land van 1 HA, met 65 grote olijfbomen. De familie verzorgt het land en elk jaar krijg ik olijfolie.



4 Jaar na het overlijden van Luciano trouwde ik met Frits; wel even wennen, een Nederlander.
Met Frits was het altijd feest. We deden van alles: zingen, dansen, optredens in bejaardenhuizen, carnavalsvereniging. Een mooie tijd. Mijn kinderen, en ook de familie in Italië, waren helemaal gek met hem.
Helaas sloeg het noodlot weer toe.
Na 30 jaar huwelijk moest ik Frits – na een ziekbed van 4 jaar – in 2010 verliezen. Hij overleed als gevolg van longkanker (asbest) op 68-jarige leeftijd.



En weer stond ik alleen. Je denkt dan: het leven is nu wel voorbij.
Maar zoals in de soap “Goede Tijden Slechte Tijden” kwam er voor mij toch nog een goede en leuke tijd: ik leerde Hans Vogelaar kennen! Ik vond hem een aardige, lieve man, maar zijn vrouw Riet was nog niet zolang daarvoor overleden, zodat ik wat terughoudend was.
Toen ik kort daarna zijn TIC in de Lirikoerier zag en daarin las, dat hij voor priester gestudeerd had, dacht ik: O NEE!! Dat is niks voor mij: moet ik elke zondag netjes naar de kerk, moet ik kloosters gaan bezoeken, en elke avond de rozenkrans bidden....



Hans was goed met de computer, en ik was zo aan het tobben. Had wel een paar lessen gehad, en dat was het. Ik wilde graag Skypen met mijn nicht in Italië en e-mailen maar daar had ik geen kaas van gegeten.
Hans had al een paar keer aangeboden om mij te helpen, maar ik durfde het toch niet te vragen.

Hans vroeg, of het allemaal wel lukte, en zei, dat hij wel langs wilde komen.
En zo is het allemaal vanzelf gegaan..... Hans had geen idee, dat ik hem leuk vond, hij had mij ook nooit zien staan, behalve mijn achterkant (en dat is niet om over naar huis te schrijven).

Nu wonen wij samen, heel gelukkig. Ook onze kinderen kunnen het uitstekend met elkaar en ons vinden. Wat willen wij eigenlijk nog meer in ons laatste kwartaaltje?! Genieten, genieten. Ik dank elke dag, dat het geluk toch weer op mijn pad gekomen is met Hans en zijn kleindochter Emma.


Deze tekst is in 2013 verschenen in de LIRIKOERIER, een periodiekje van LIRIKO, waar wij beiden koorlid zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten