De TIC van Christien
Ik ben geboren op 7 november
1942, in Rotterdam, midden in de oorlog, maar daar weet ik gelukkig
niets van. Wel weet ik nog, dat ik tussen de ruïnes speelde van de
Lourenskerk en andere gebouwen in de stad.
Ik was het oudste kind in
het gezin, met 2 broers en een zusje. Mijn naam was Stientje, maar
dat vond ik zo'n vreselijke naam, dat ik die later veranderd heb in
Christien. Dat vond ik zelf beter bij mij passen.
Als oudste dochter moest ik
maar gaan werken om de kost te verdienen; iets leren was voor mij
niet weggelegd. Mijn vader lag met TBC in het sanatorium in Breda.
Toen ik 18 jaar was, ging ik
vaak uit dansen met mijn vriendin, bij Bristol op het Hofplein.
Ik werkte toen bij Van
Ditmar – de tijdschriftenhandel – als medewerkster op de
postkamer.
Ik heb toen ook Luciano
leren kennen, een blonde Italiaan uit het uiterste puntje van
Zuid-Italië; liefde op het 1e gezicht.
Smoorverliefd waren we op
elkaar: met deze man wilde ik trouwen, en hij zou de vader van mijn
kinderen worden!
Zo is het allemaal wel
gelopen: verkering, verloofd, getrouwd.
Maar mijn schoonmoeder was
niet zo content met mij. Wat moet je met een schoondochter, die uit
de grote stad komt. Zij waren immers boeren, hadden stukken land,
waarop hard gewerkt moest worden; elke dag het land op bij een
temperatuur van 35 tot 40 graden. Wat wist zij van werken?
Maar ik ging elke dag mee
het land op – ik liet me niet kennen. Een beetje boerin zijn:
tomaten en vijgen plukken, 6 weken lang, elke dag op de fiets met
voorop een mand en achterop een houten krat. Dan had ik 's avonds
mijn bord spaghetti met een glas wijn wel verdiend.
Wij woonden in Rotterdam,
waar wij 2 kinderen hebben gekregen; de eerste was een zoon, Umberto,
en de enige stamhouder van de familie Negro. Na 3,5 jaar kwam onze
dochter Angelica. Wij waren heel gelukkig! In 1971 verhuisden wij
naar Vlaardingen.
Na 10 jaar huwelijk is
Luciano na een lang ziekbed in 1975 overleden aan darmkanker.
Ik was 32 jaar en bleef
achter met 2 kleine kinderen, maar in die 10 jaar had ik wel een
fijne relatie opgebouwd met mijn Italiaanse familie. Ik sprak hun
taal en hun dialect; zij waren erg groots met mij!
Nog steeds ga ik elk jaar
naar mijn schoonfamilie in Italië, al 50 jaar. Uit de erfenis van
Luciano hebben mijn kinderen en ik daar een huisje op een stuk land
van 1 HA, met 65 grote olijfbomen. De familie verzorgt het land en
elk jaar krijg ik olijfolie.
4 Jaar na het overlijden van
Luciano trouwde ik met Frits; wel even wennen, een Nederlander.
Met Frits was het altijd
feest. We deden van alles: zingen, dansen, optredens in
bejaardenhuizen, carnavalsvereniging. Een mooie tijd. Mijn kinderen,
en ook de familie in Italië, waren helemaal gek met hem.
Helaas sloeg het noodlot
weer toe.
Na 30 jaar huwelijk moest ik
Frits – na een ziekbed van 4 jaar – in 2010 verliezen. Hij
overleed als gevolg van longkanker (asbest) op 68-jarige leeftijd.
En weer stond ik alleen. Je
denkt dan: het leven is nu wel voorbij.
Maar zoals in de soap “Goede
Tijden Slechte Tijden” kwam er voor mij toch nog een goede en leuke
tijd: ik leerde Hans Vogelaar kennen! Ik vond hem een aardige, lieve
man, maar zijn vrouw Riet was nog niet zolang daarvoor overleden,
zodat ik wat terughoudend was.
Toen ik kort daarna zijn TIC
in de Lirikoerier zag en daarin las, dat hij voor priester gestudeerd
had, dacht ik: O NEE!! Dat is niks voor mij: moet ik elke zondag
netjes naar de kerk, moet ik kloosters gaan bezoeken, en elke avond
de rozenkrans bidden....
Hans was goed met de
computer, en ik was zo aan het tobben. Had wel een paar lessen gehad,
en dat was het. Ik wilde graag Skypen met mijn nicht in Italië en
e-mailen maar daar had ik geen kaas van gegeten.
Hans had al een paar keer
aangeboden om mij te helpen, maar ik durfde het toch niet te vragen.
Hans vroeg, of het allemaal
wel lukte, en zei, dat hij wel langs wilde komen.
En zo is het allemaal
vanzelf gegaan..... Hans had geen idee, dat ik hem leuk vond, hij had
mij ook nooit zien staan, behalve mijn achterkant (en dat is niet om
over naar huis te schrijven).
Nu wonen wij samen, heel
gelukkig. Ook onze kinderen kunnen het uitstekend met elkaar en ons
vinden. Wat willen wij eigenlijk nog meer in ons laatste
kwartaaltje?! Genieten, genieten. Ik dank elke dag, dat het geluk
toch weer op mijn pad gekomen is met Hans en zijn kleindochter Emma.
Deze tekst is in 2013 verschenen in de LIRIKOERIER, een periodiekje van LIRIKO, waar wij beiden koorlid zijn.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten